Bram de Jong vervolgt…

Bram de Jong vervolgt over zijn deelname aan het fagotconcours van het Fagotnetwerk 

Twee jaar later was Jos van Acht gestopt met lesgeven. Alle leerlingen moesten een ander heenkomen zoeken. Ondertussen had ik József Auer als docent gevraagd en gevonden. Ik was hem i.v.m. activiteiten binnen Fagotnetwerk een paar keer tegengekomen en zijn manier van aanpak klikte bij mij. Hoewel ik ondertussen meer zelf georganiseerde concertjes gaf en hier en daar eens inviel om te kijken of het iets voor mij zou kunnen zijn, had ik nog niets gevonden. Ik was nog steeds op zoek naar een doel. Er diende zich weer een fagotconcours aan, maar ik voelde er in eerste instantie niet voor om daar nogmaals aan deel te nemen. Toen ik zag dat de formule veranderd was en er sprake was van een verplicht werk, wilde ik me toch nog een keer inschrijven. Ik kan me nog herinneren dat de uitgave van het verplichte werk vrij kort zou zijn op het  concours. Ik heb dus iedere keer op de site van Maarten Vonk gekeken of het verplichte werk al beschikbaar was (het was bekend dat het bij hem te koop zou zijn) en meteen besteld om maar zolang mogelijk te kunnen studeren. Ook ben ik naar de première van Sparkle (titel van het verplichte werk) geweest in de Remonstrantse Kerk te Rotterdam, waarbij Bram van Sambeek de uitvoerend musicus was. Inmiddels had ik al een aardig idee van hoe ik het zou willen spelen. Opmerkelijk was wel, dat die beelden ervan helemaal niet bleken te kloppen: Jeff Hamburg (componist van Sparkle) gaf zelf later aan, tijdens een workshop achteraf in het conservatorium van Amsterdam, dat hij zich niet echt beelden bij de klanken had voorgesteld, in tegenstelling tot  ikzelf. Zelf vind ik in ieder geval (ook al is het beeld dan misschien verkeerd of misplaatst) dat je zelfs als amateur wel iets moet willen uitdragen van wat de muziek met je doet. Ook al doe je dat dan niet zo goed en volgens muzikale principes als de geschoolde prof, zonder beeld lepel je noten op en ook al doe je het niet juist: je moet wel iets willen vertellen.
Op de dag van het tweede concours waren de spanningen weer hetzelfde als tijdens het eerste concours, terwijl ik dat tijdens tussenliggende concertjes niet zo had. Ik had me weer terdege voorbereid samen met opnieuw Bert van Straten. Nu zou iedereen vergeleken worden op basis van o.a. gedeeltelijk identiek repertoire. Ik was benieuwd hoe het me deze keer zou vergaan. Het aantal deelnemers vond ik teleurstellend laag. Later begreep ik dat dat vooral kwam doordat het verplichte werk aan de late kant pas beschikbaar kwam.
Opnieuw werd ik tot winnaar uitgeroepen. Wat ik toch wel een mindere opmerking vond, was dat ik ondanks mijn leeftijd het concours toch gewonnen had. Ook maanden later hoorde ik via-via dat in de fagotwereld bekend was, dat een oude man de competitie gewonnen had.
Ik denk dat het in alle gevallen over het fagotspel hoort te gaan: dit soort opmerkingen vind ik niet gepast. Je hoeft niet jong te zijn om gretig en leergierig te zijn, om steeds beter te willen presteren. Als prijswinnaar heb ik deze keer twee lessen mogen volgen bij Johan Steinman en één les bij Bram van Sambeek. Ik vind het onvoorstelbaar dat iedereen je eigenlijk iets totaal anders te vertellen heeft: uiterst leerzaam vond ik het.