Componist Ruud van Eeten over zijn Aria voor fagot solo

Componist Ruud van Eeten

Als ik niet meteen een stukje muziek hoor bij de vraag: wil je wat componeren, doe ik het niet!
Toen deze vraag werd gesteld door het Fagotnetwerk, hoorde ik meteen muziek. Graag, zei ik, pas later realiserend dat het schrijven voor één instrument, dat niet meerstemmig kan spelen, toch wel een uitdaging is.
En toen kwam er natuurlijk ook de vraag drie versies te maken, voor drie niveaus.
Weken, maanden gingen voorbij, onderbewust broedend, waarbij die ene hoge c van Igor S. en celloklanken bleven zoemen in mijn hoofd. Wat is er nu zo prachtig aan dit instrument? Wat raakt mij? Daar was ik snel uit, lage warme klanken, mooi gezang in het middenoctaaf en de hartverscheurende emotie in de hoogte. De fagot kan echt zingen; de aria was geboren. Eigenlijk houdt daar het verhaal op, in woorden. Ik doe maar wat, begin met schrijven en de rest gaat vanzelf. Luisteren, naar eenheid, balans, lengte en structuur. Noot er bij, maat weg, bindingsboog langer, dynamiek expressiever. Blijven sleutelen, twijfelen, schaven, voelen. En dan…
Op een koude regenachtige dag waren er allemaal kinderen. En verdorie, die kinderen spelen allemaal fagot. Prachtig om te zien. Het stuk was 99,5% af. Die dag heb ik het laatste puntje op de i gezet en meteen, met input van deze en gene, de versie B en C gemaakt. Binnen een uur was alles af. Dan gaat een stuk de wereld in. Weg eigen, voor mezelf, mijn gevoel. Eng en heerlijk tegelijk. Als het geen muziek is, kan er geen muziek van gemaakt worden. Als er geen muziek tussen de noten zit, zal het stuk niet gaan leven.
Recent kwam er een prachtige, eerlijke, pure musicus het podium op. Ze zet dat magistrale
instrument in elkaar, begint te spelen en ik leef mijn avontuur weer mee, maar nu verteld door iemand anders. Intens, indrukwekkend. Ja, ik kreeg kippenvel. Dat is wellicht narcistisch, maar als je als componist niet van je eigen muziek kan genieten, moet je ophouden met schrijven. Ik praat niet graag over mijn stukken. Mijn muziek is.
Ik hoop dat mijn hommage aan de fagot een lang leven beschoren is. Veel langer dan ik zal leven.
Groet, Ruud