Impressie uit “Birmingham”

Waar was je?

Impressies uit Birmingham 21 – 25 juli 2009

Door Sander Bakker, Hengelo

62 recitals van gemiddeld een uur, meer dan 100 uitvoerenden (de leden van the Orchestra of the Swan, Queen’s Park Synfonia, the City of Birmingham Symphony Orchestra en the New Mozart Orchestra niet meegerekend), 13 masterclasses, een aantal workshops en twee concoursen vormden de inhoud van de 5 dagen durende 38ste jaarlijkse conferentie van de International Double Reed Society (IDRS). Het conservatorium van Birmingham (GB) vormde voor de 700 deelnemers het decor van dit evenement, dat voor het eerst sinds 1995 weer eens Europa aandeed.
De voortreffelijke organisatie was in handen van de British Double Reed Society, die 1000 leden telt. Het economische klimaat zal zeker een aandeel gehad hebben in het wat tegenvallende aantal deelnemers, dat lager lag dan verwacht werd. Dat neemt niet weg dat 40 nationaliteiten vertegenwoordigd waren vanuit alle windstreken, inclusief IJsland (over kredietcrisis gesproken…). Veel mensen die ik ontmoet heb uit de USA, Nieuw Zeeland en Canada, combineerden het congres met vakantie en familiebezoek.
Uit Nederland heb ik naast Maarten Vonk (met Annelies Hoddenbagh) alleen Herman Vincken gezien (Fontys conservatorium, hobo) en Jan Joris Nieuwenhuis. De laatste verzorgde een zeer origineel en geslaagd optreden met eigentijds werk voor hobo en 5 accordeons, waarvoor hij een groep accordeonisten uit Almelo had meegebracht. Ook zijn eigen werk (één van de talloze wereldpremières deze week) werd gunstig ontvangen door een overvolle zaal.
Wie er ook was: de Nederlandse hoboïst Christopher Bouwman,. Hij won de tweede prijs op het Fernand Gillet / Hugo Fox concours voor hoboïsten. Well done Chris! Zelf koos ik op de ochtend van dat concours voor het recital dat gegeven werd door de winnares van het concours voor jonge fagottisten (tot 21 jaar) dat de dag daarvoor gehouden werd, Lola Descours uit Parijs. Voor dit concours moesten de Saint-Saëns en Hindemith sonates, de Devienne sonate in g klein en het Vivaldi concert in a klein ingestudeerd worden. Op het recital speelde zij ze allemaal! De werken van Vivaldi en Devienne speelde zij met prachtige, zeer stijlvolle versieringen.
Er klonken ook  Nederlandse composities. “Lacrimosa” (1991) van Louis Andriessen werd gespeeld op één van de twee optredens van de twee onvoorstelbaar virtuoze fagottisten Lyndon Watts en Thomas Eberhardt (van de Münchener resp Dresdener Philharmoniker). “I was like wow” (2009) van Jacob ter Veldhuis, voor fagot en soundtrack (oorspronkelijk voor trombonist Jürgen van Rijen), werd zeer overtuigend gespeeld door Lorelei Dowling, die haar carrière bij het symfonieorkest van Sydney begon, en tegenwoordig excelleert in avant-garde muziek bij Klangforum Wien. Deze fagottisten spreken met grote waardering over deze Nederlandse componisten.
Een al wat ouder (1995), maar niet minder revolutionair werk is Sequenza XII voor solo fagot van Luciano Berio. Hoe vaak heb je dit al live gehoord (of gespeeld)? Uitgevoerd door Pascal Gallois, aan wie Berio het werk opdroeg, in the Birmingham Symphony Hall, voor 2000 ademloze luisteraars, was dit een onvergetelijke ervaring. Niet ademloos was de heer Gallois zelf, die deze 18 minuten durende compositie in zijn geheel circulair ademend volbracht. Zijn fagot draagt hij los in zijn handen, sinds tijdens een concert zijn draagkoord brak. Jonathan Kelly (Berliner Philharmoniker) gaf dezelfde avond een onvergetelijke, ontroerende interpretatie van het hoboconcert van Richard Strauss. Dat bracht een Amerikaanse fagottist dan weer tot de uitspraak dat deze uitvoering volgens hem zelfs die van John de Lancie overtrof, die in 1945 als Amerikaans militair in Duitsland, Strauss verzocht “iets voor hobo” te schrijven.
Niet alles was dus alleen voor de “geharde luisteraar”. Tijdens het welkomstconcert speelden John Miller en Gareth Newman met zichtbaar plezier het concert voor 2 fagotten en orkest van Christian Ludwig Dietter, een geweldige aanvulling op het repertoire als je niet wéér Vanhall wil spelen met de fagotsectie van je (kamer)orkest. En, volgens John Miller, ook nog wat gemakkelijker te spelen dan de Vanhall. We kennen John nog van een demo-tournee door de Benelux, ter promotie van Fox fagotten. Hij had er nu één van pianozwart gelakt “curly maple” met vergulde applicatuur! Niet ieders smaak misschien, maar hij speelde er mooi op.  Alan Fox en John Miller waren deze tournee nog niet vergeten. Hun bezoek aan Hengelo was een dag van “fagot-gekte” avant-la-lettre!
Ook weinig revolutionair, maar in alle opzichten beeldschoon was het optreden van het Tateshina Bassoon Quartet dat een vol uur zonder één zweetdruppeltje Bach-transcripties van hun leermeester Nakagawa ten gehore bracht, gevolgd door Le Phoenix van Corette. Daarna hadden de jongedames nog energie voor drie toegiften!

Over fagotten gesproken: even binnenlopen bij de verschillende bouwers (Wolf, Schreiber, Moosmann, Leitzinger, Fox natuurlijk, Adler/Mönnig, Takeda, maar ook Püchner en Heckel), gaf altijd kans op een ontmoeting met fagottisten van formaat, die voor zichzelf of hun leerlingen de nieuwste instrumenten aan de tand voelden. Wist je dat Mönnig het stadium van “Ossie-Fagott” ontstegen is en met heel interessante instrumenten komt die, net als barokfagotten, in het geheel niet gevoerd zijn met rubber of kunsthars? Een heel bijzondere, kernachtige klank, en een dynamisch bereik dat niet onderdoet voor dat van de gevestigde merken. De prijs is evenwel navenant gestegen… Ik ben benieuwd of dit instrument ook zonder sponsoring zijn weg zal vinden. Barok-specialist Sergio Azzollini zou er weg van zijn, vertelden ze bij Mönnig/Adler. In Frankfurt (IDRS 1990) was Sergio nog een “jonge hond” die samen met zijn “meester” Klaus Thunemann met “In Freundschaft” van Karl Heinz Stockhausen liet horen wat onder avant-garde verstaan werd. Op de IDRS 1995 in Rotterdam duelleerde hij met Stefano Canuti (dit jaar op het laatste moment verhinderd) in Rossini-duetten. We worden allemaal een jaartje ouder. Wat jazz-fagottist Michael Rabinovitz er niet van weerhield in Birmingham bij elke gelegenheid te swingen zoals hij deed in Nighttown tijdens de IDRS conferentie in Rotterdam.
 De nieuwe contrafagot “Kontraforte”van Guntram Wolf werd gedemonstreerd door Henri Skolnik, onvermoeibaar pleitbezorger voor de contra. In zijn toelichting herinnerde hij nog aan het IJsbreker fagotfestival van 1990, waar hij de componist Elliot Schwartz leerde kennen, van wie hij nu het werk “Kaleidoscope” (1991) voor viool, contrafagot en piano speelde. Zijn klanken op deze “verbeterde contra” konden volgens velen toch niet de zingende toon doen vergeten die de charmante Margaret Cookhorn in het openingsrecital en in het galaconcert aan haar Heckel contra ontlokte.
Zo waren er meer gesponsorde solisten: Sinds Walter Püchner hem in 1989 de kans gaf zijn Hüller in te ruilen (waarmee hij overigens wel in het Russisch Staatsorkest zat), is Valeri Popov zijn sponsor trouw gebleven. Zijn erg lichte rieten strelen niet ieders oren, maar hij is een entertainer en virtuoos die een geheel eigen plaats verdient. Alleen al met de aan hem opgedragen composities kon hij een recital vullen. Ook Magnus Nielssen, echtgenoot van Gabriele Nielssen-Püchner speelt uiteraard Püchner. Hij bewees zijn klasse met werken van Michael Haydn, Clara Schumann en Astor Piazzola, uitgevoerd met een puntgaaf strijk-kwintet.
Heckel doet voor zover ik weet niet aan ondersteuning van spelers met instrumenten (wat wil je, met zo’n wachtlijst), maar mevrouw Edith Reiter is bezig de rijke historie van de Heckel fagotten en hun oorspronkelijke bespelers voor een breder publiek toegankelijk te maken, wat een geweldige aanvulling zal zijn op de website www.heckelbassoons.info, waar reeds honderden instrumenten sinds 1880 (serie 3000) in opgenomen zijn. Veel van deze instrumenten uit de eerste decennia zijn nog volop in gebruik!

Nieuwe reputaties werden gevestigd. Let op Ramon Ortega Quero. Met zijn 21 jaar bracht hij een hele zaal in vervoering met Mozart’s hoboconcert in C. Fabien Thouand en Carlo Colombo overtuigden met aanstekelijk uitgevoerde 19e eeuwse Franse fagot-duetten. Het mooie van het congresboek is dat ook de uitgevers bij de werken vermeld zijn, wat veel originele en bewerkte muziek gemakkelijk bereikbaar maakt.

Hebben we dan niet zulke fagot-activiteiten in Nederland? De fagotclub doet zijn best. Audun Halvorsen en Bram van Sambeek lieten ons genieten op Maarten’s jubileumfeest in Amersfoort. Evanals Dorian Cooke, die door verschillende Amerikanen gemist werd in Birmingham. Daar in Amersfoort konden wij voor het laatst de aanwezigheid van William Waterhouse in ons land  ervaren. Zijn vrouw Elisabeth en zijn zoon Graham (componist) waren deze hele week op de conferentie, die ook een “in memoriam” was voor Bill en voor hoboïste Evelyn Rothwell-Barbirolli, die in 2007 respectievelijk 2008 overleden zijn.Vanuit Birmingham werd op de slotdag een soort bedevaart georganiseerd naar het buitenhuis van Bill, waar enkele fagottisten op historische exemplaren uit zijn collectie hebben gespeeld. Helaas moest ik zaterdagavond al weer terug zijn in Nederland, zodat ik dat uitstapje moest missen.

Ik kijk terug op een evenement van een zeer hoog niveau, met een sfeer van grote onderlinge openheid, waardoor het gemakkelijk was om veel contacten aan te knopen. Scepsis over “die Amerikanen met hun IDRS” vind ik niet op zijn plaats: dit evenement was het visitekaartje van Birmingham, met veel Europese artiesten en werken, op een voor ons zeer goed bereikbare lokatie. De onvermoeibare gastheer/organisator George Caird gaf aan hoe belangrijk hij het vond de banden met de Nederlandse hobo- en fagotgemeenschap aan te halen. Een forum waar de ontwikkelingen zo open besproken en beluisterd kunnen worden moet toch een inspiratiebron zijn voor docenten, vakstudenten, uitvoerend musici en amateurs.
Het zal wel even duren voordat de IDRS weer Europa aan zal doen. IDRS-erelid Gerald Corey (Canadees fagottist, 75 jaar) was bij alle activiteiten te vinden en vertelde dat hij zich al verheugt op de conferentie van 2015 in Tokio.Hij zei dat dit een enorme impuls zal geven aan de dubbelriet-cultuur niet alleen in Japan, maar ook in China en Korea. Dan praat je over andere afstanden!
Ondertussen kunnen we als Nederlandse fagottisten aansluiting vinden bij de activiteiten van de Duitse, Franse en ook Engelse Dubbelriet-organisaties. Het eerste voorbeeld van samenwerking is al in september! Neem de trein of de auto en wees erbij! Maar zo veel kwaliteit en kwantiteit als we in Birmingham bij elkaar hadden is een even zeldzame gebeurtenis als een totale zonsverduistering. Wie er niet was heeft een unieke kans gemist.

Foto:

Lyndon Watts en Thomas Eberhardt speelden op donderdag 23 juli met het Queen’s Park Synfonia “Secret doors” (2008) van Berndt Redman.