Juryvoorzitter Bram de Jong over het concours

In het blog over het FN fagotconcours van 12 oktober aanstaande in Amsterdam leveren diverse auteurs hun bijdrage. Dit keer Bram de Jong, meervoudig winnaar en ook bij de komende editie weer juryvoorzitter.

Ik startte met fagotlessen bij Jos van Acht. Op enig moment was ik zover gevorderd, dat ik geen plezier meer beleefde bij de amateurgezelschappen waar ik deel van uitmaakte. Formaties die wel een uitdaging zouden vormen, zijn al bezet door goede amateurs/conservatoriumstudenten of voorzien van de echte professionals en zover was ik natuurlijk niet en dat zou ook wel nooit het geval worden. Daarom moest ik op zoek naar een andere uitdaging. Studeren is natuurlijk altijd prima voor jezelf, maar het is wel prettig als dat ergens toe leidt.

Hoe ik ertoe op het spoor kwam, weet ik niet meer precies, maar ik kreeg lucht van een Nederlands fagotconcours voor amateurs. Dat leek me wel wat om aan deel te nemen. Ik sprak erover met Jos en hij vertelde mij: “Waarom niet?” (Overigens: het is volgens mij wel aan te bevelen dat elke fagotdocent zijn/haar leerlingen automatisch wijst op een happening als dit.) Hiervoor moest je wel lid worden van (destijds genaamd) Fagotclub Nederland. Sinds die tijd ben ik dus lid van Fagotnetwerk en ik kan me nog herinneren dat het vrij lastig was om tot een programmering te komen. Er was tijdens die allereerste keer dat het concours zou plaatsvinden geen sprake van een verplicht werk en toch moest er een programma komen waarin zo uiteenlopend mogelijk de vaardigheden op het instrument getoond werden. Op advies van Jos heb ik me aangemeld voor deelname in de hoogste categorie voor amateurs. Vanaf toen heb ik me intensief en heel serieus voorbereid om het beste te kunnen tonen dat ik op dat moment in me had. In de regio had ik wel eens projectjes gedaan met Bert van Straten: hij bleek o.a. een geweldige pianist en hij wilde desgevraagd best wel begeleiden op zo’n concours. Vooraf hebben we de te spelen stukken veelvuldig doorgespeeld.

Op de dag van het concours bleek in de programmering wel dat er inderdaad sprake was van een grote diversiteit aan programmering: binnen één en hetzelfde niveau waren grote verschillen in niveau en hoeveelheid repertoire.

Meedoen aan een concours is net zoiets als zonder kleren over straat lopen: je staat er echt alleen voor en het moet maar wel lukken zoals je voorbereid en in gedachte had. De spanning is groot: er zit nu niet alleen publiek dat gezellig naar een concert luistert, maar je voelt nu ook de blikken van de uiterst deskundige jury op je gericht. Het valt niet mee om dan de rust in adem en vingers te behouden en het gekke is, dat je het toch persé wilt doen. Gelukkig is er voldoende inspeelruimte en rust en ook is gedacht aan het glaasje water: dat is echt nodig als je gespannen bent en eerder dan normaal over een droge mond beschikt.

Ben je eenmaal bezig, dan valt de spanning langzaam van je af. Uiteindelijk had ik teveel voorbereid en is er een stuk geschrapt: je komt eerder aan 20 minuten dan je zelf van tevoren ingeschat had.

Wel jammer is het dat je als deelnemer niet alle andere kandidaten kunt horen. Aan het einde van de dag kreeg ik tot mijn stomme verbazing te horen dat ik tot winnaar van het concours uitgeroepen werd. Als je ziet welke uitgebreide kritieken in de rapporten stond (en daar is in de lessen daarna vervolgens weer aan gewerkt), dan vraag je je wel af hoe dat mogelijk is.

Ik heb hierna als prijswinnaar drie lessen mogen volgen bij Gustavo Nuñez: op dat moment was hij de grootste, actieve fagottist die ik kende en het was helemaal te gek dat hij mij drie lessen wilde geven. Bert van Straten had connecties in Zeist bij een koor en hij vroeg mij of ik KV191 wilde doen, begeleid door het Dordts Kamerorkest. Dat project is in die drie lessen met Nuñez voorbereid en inmiddels is dat concert allang weer geweest. Ik vond het een geweldige ervaring, maar viel daarna wel weer in het bekende “gat”.