BRIAN POLLARD DOCEERT

Enkele markante uitspraken, opmerkingen en aanwijzingen van de ons in 2015 ontvallen, legendarische Brian Pollard tijdens zijn openbare les op de fagottendag 25 september 2005 te Purmerend.
Opgetekend door Esther Klaassens

Inhoud

  • Algemeen
  • Fysiek
  • Toonvorming
  • Musiceren
  • Vibrato
  • Adem
  • Technische zaken Grepen
  • Overige opmerkingen

Algemeen

  • Het maakt niet uit of iemand een beginner of vergevorderd is, ieder stadium van het leven is het NU. Dus je moet altijd aan het nu werken.
  • Een dirigent kan niet alles aangeven, een componist kan niet alles opschrijven en een leraar kan niet alles uitleggen. Jullie moeten ook zèlf nadenken en oplossingen zoeken. Over allerlei dingen!

Fysiek

  • Er moet biefstuk op je lippen zitten. Als je je lippen strak trekt, wordt het geluid ook stijf.
  • Je moet je vingers niet strekken, maar gebogen houden, ze moeten als een brug zijn. Het gevoel zit in de topjes, dat zijn de kussentjes van de poes.
  • Je vingers moeten boven de kleppen blijven als die van een pianist boven de toetsen. Als iemand piano speelt, komt zijn hand ook niet helemaal hier (houdt zijn hand ter hoogte van zijn oren) vandaan!
  • Van hoog naar laag geeft een verandering in je mondholte.

Toonvorming

  • Een noot moet rond zijn, niet in stukjes geknipt. Eigenlijk mogen we nooit met onze tong aanzetten, maar ja als het snel gaat, zo hehehehe, dan gaat het niet, dan moet je je tong gebruiken, maar zeg dan liever dedede als TuTuTu. Dat heet namelijk toeteren! Daarom moet je ook de laatste noot van een zin niet kortaf spelen, maar mooi afgerond, dus eigenlijk een beetje langer dan dat hij geschreven staat. Het is niet toeteren, maar dansen!
  • Er is een natuurwet die heel belangrijk is, namelijk dat een melodie als hij naar boven gaat sterker wordt en als hij naar beneden gaat zachter wordt. Dat geldt ook voor fragmenten die op zich dalen, maar zichzelf steeds hoger herhalen. Dat kan je dan ook iedere keer sterker spelen. En kijk, er zijn natuurlijk uitzonderingen, want soms werkt het ook als je naar boven toe zachter wordt. Dat moet je zelf uitvinden!
  • GEEN DOOIE NOTEN!!
  • Als in een stuk iets zeven keer gebeurt, moet het telkens anders zijn. Dan krijg architectuur, landschap, betovering, diepte.
  • Je moet jezelf nooit herhalen, of het moet in moderne muziek zijn.

Musiceren

  • Om zuiver te spelen, moet je vals spelen! (d.w.z. je moet naar elkaar toegaan, niet je eigen gelijk blijven volhouden).
  • Als je een stuk studeert, moet je het veel te snel en veel te langzaam studeren, zodat je flexibel kunt zijn in je tempo. Door snel te studeren krijg je structuur, met langzaam studeren krijg je controle. In ieder geval niet stijf, alsof je met een boek onder je arm, staan en steeds weer in hetzelfde tempo studeren!
  • In sommige stukken moet je ritmisch zijn, maar soms moet je je stevige schoenen laten staan en opstijgen als een vogel. Daarna mag je wel weer terug.
  • Muziek is als elastiek. Het rekt uit en gaat weer terug.
  • Durf te blazen! Ondanks de buren! Een goede studeerkamer is belangrijk, je moet vrij zijn waar je studeert. Als je het gevoel hebt dat ze meeluisteren, ben je niet echt vrij.
  • Met je voet bewegen is goed, dan uit je wat je voelt.
  • Als je muziek maakt ben je pottenbakker en het stuk is de klei. Je moet het boetseren.
  • Zangers hebben een voordeel, die zingen op tekst. Dat geeft richting aan een stuk. Eigenlijk zou je bij ieder stuk een tekst moeten verzinnen.

    Vibrato

  • Durf te vibreren. Wees ook hier niet stijf, vooral in een langzaam tempo. Er zijn twee manieren van vibrato spelen: met je middenrif en met je keel. Je middenrif kan < > doen of < < < <. Oefen dit eerst met losse noten die met de adem aangezet worden. Dan lange noten als een hond die in de zon ligt te hijgen: HO HO HO HO. En vlugger: hohohoho of zelfs hhhhh. Je keel (d.w.z. je stembanden die meer of minder lucht doorlaten) gebruik je er geleidelijk bij, meer keelvibrato naarmate het spannender wordt. Verder mag je met je oren wapperen, je hoofd gebruiken of je lijf, als het maar klinkt!
  • Het vibrato is als een piramide, alles hoort erbij: de basis (alleen middenrif) tot en met de top (alleen keel) en alles wat daartussen zit. Hoe hoger je op de piramide komt, hoe spannender het wordt.
  • Er zijn vier soorten vibrato;
    1. Het zonneschijnvibrato. Dat gaat vanuit de noot omhoog en terug. Maakt een noot stralend.
    2. Het lamentosovibrato. Gaat juist vanuit de noot omlaag. Droevig, geladen.
    3. Het vibrato dat fluitisten gebruiken, nl. snel om de noot heen. Wij noemen dit ook wel hysterisch vibrato (gelach).
    4. Klanksterktevibrato. Langzamere of sneller crescendi en decrescendi.

    Adem

  • In Tibet zeggen ze: adem is als een fles die gevuld wordt, van onder af aan. Ook wordt het bovenste het eerst uitgeschonken en het onderste het laatst.
  • Waar je kan met je adem aanzetten, niet met je tong, want dan wordt het een spijker! Oefen dit! Iedereen! Zet de noten als een blaasbalg vanuit je middenrif aan. Frans Brüggen zegt: “Het toverwoord is WOW! Zo moet een noot klinken!”
  • In de Oekraïne studeren ze met een riem tussen heupbeen en ribben. Niet strak, maar zó dat je voelt of je ook achter en vanuit je flanken ademt. Han de Vries ademde tegen zijn broekriem aan en hield zijn adem dan het hele stuk vast. Op een fagot heb je niet zozeer kracht als wel controle nodig. Die krijg je door op een goede manier met je adem om te gaan.

  • geboeid luisteren naar “meester” Brian Pollard

    Technische Zaken

  • Gebruik je sleepkleppen!!!
  • De gedekte fis is echt het mooiste. De gewone fis steek uit als een zere duim!
  • Grepen:
  • fis’ fis Fis
    L 2 L duim ½ Als fis, maar L 1 i.p.v. ½
    4 2
    R 1 3
    2 R fis+e
    4 1
    2
    3
    fis
  • -b: Rechts niet 1, maar 2
  • -e: Hetzelfde
  • -cis’:
  •  
    L 1
    2
    3
    R 2
    3
    fis

    Maar zoek vooral zelf! Iedereen is verplicht nachtmerries over deze grepen te krijgen.

    Overige opmerkingen

  • Om je riet lang goed te houden moet je het uitblazen en droogmaken, een aantal keren achter elkaar, zodat het echt droog wordt.
  • Plak een stukje rubber met bisonkit onder je fagot, dan glijdt hij nooit weg.