Voorbereiding

Freek Sluijs

Hoe bereid je je voor op een solo-optreden? Wat kan je verwachten? Heb je al vaker voor een publiek gespeeld, of zelfs aan een wedstrijd meegedaan. Het is een feest om jouw muziek te mogen laten horen. Of ben je nerveus als je op het podium staat? Het zou mooi zijn als je de zenuwen de baas bent, of als weet hoe je ermee omgaat in het geval van nervositeit. Spelen voor publiek is natuurlijk het mooiste dat er is wanneer je een instrument speelt. In lang vervlogen tijden was ter plekke muziek maken of spelen of luisteren naar andere uitvoerenden de enige manier om stukken te horen en te leren kennen. Het spelen voor luisteraars was dus gebruikelijk, er bestond geen gereproduceerde muziek. We zijn gewend geraakt aan het gemak van (internet-) radio, cd en streaming audio. Sweelinck was stadsorganist en speelde vrij toegankelijke concerten in de oude kerk in Amsterdam. Beiaardiers speelden volksmuziek maar echte composities voor wie het in de buurt maar horen kon. Belangrijke nieuwe symfonieën en opera’s werden bewerkt voor blazersensemble (18e eeuw) en klonk in die bezetting op straat, later (19e eeuw) werden er van opera’s bijvoorbeeld quatremain-uitgaven gemaakt die bedoeld waren om thuis te spelen. Tegenwoordig worden er geen bewerkingen meer gemaakt van een nieuwe opera of symfonie om die buiten bij wijze van reclame te spelen. We zouden dat nu weer kunnen doen: op straat een stukje spelen ter aankondiging van het fagotconcours.  Of is het beter om dat voor je regionale omroep te doen en gebruik te maken van de moderne kanalen, internet en tv. Dat is helemaal een goeie oefening ter voorbereiding.

Welke elementen omvat zo’n concert? De voorbereiding valt uiteen in aanmelden, studeren, les nemen, studeren, voorspelen, weer studeren, rieten maken of kopen, studeren, kleding uitzoeken, de reis naar de concertzaal en dan uiteindelijk de uitvoering: spelen op het podium van het conservatorium van Amsterdam op 12 Oktober.

Hoeveel moet je studeren? Om goed fagot te kunnen spelen heb je een behoorlijke speelconditie nodig, je embouchure moet getraind zijn om een goede toon te maken en vol te houden. Je kunt waarschijnlijk het beste staand spelen in dit geval, ook dat moet je beheersen. Hoe goed je de muziek moet kennen die je gaat spelen is niet voor iedereen van even groot belang. Je mag de bladmuziek meenemen, je hoeft niet uit het hoofd te spelen. Er zijn (beroeps-)spelers die dit ook absoluut niet kunnen. Anderen zijn er wel goed in. Uit het hoofd spelen geeft meer vrijheid, je bent minder gebonden aan de muziek die op de lessenaar voor je staat, je kunt je iets vrijer bewegen. Met die vrijheid moet je ook weer goed kunnen omgaan. Een fagot is een enigszins onhandig instrument dat door zijn topzware constructie gauw wiebelt. En dat kan ten koste gaan van een goede toonbeheersing. De beweging van het riet in de mond geeft al snel een instabiele toon. Dit zijn dus ook aspecten om je rekenschap van te geven en goed te oefenen. Maar hiermee hebben we nog steeds niet vastgesteld hoeveel er nou gestudeerd moet worden. “Je moet net zoveel studeren tot je het goed kunt spelen”. Voor een snel stuk is dat misschien makkelijk vast te stellen, op een gegeven moment heb je het aangegeven tempo -al dan niet met metronoomcijfer- bereikt en dan ben je er. Ik had vroeger een leraar die voorstelde mij om 4 uur ‘s nachts op te bellen en dan moest ik het stuk zó kunnen spelen. Ik had in die tijd geen telefoon op mijn studentenkamertje maar dat wist hij niet.

Voor snelle passages hanteerde hij de 4x-regel: elke moeilijke maat 4 x feilloos achter elkaar. Ik zou voor de Aria van Ruud van Eeten niemand willen adviseren om het 4 keer foutloos achter te spelen, dan kunnen ze je gelijk opvegen en aan de beademing hangen. Over de 4x-regel wil ik nog wel een andere keer uitweiden want die is voor mij een leidraad gebleven.

Hoeveel je studeert hangt af van de tijd die je kunt en wilt investeren, naast werk, school, privéleven. Bedenk wel dat meedoen aan een concours een tamelijk unieke gebeurtenis is die je niet heel vaak in je leven zult meemaken. Reden dus voor extra studie. Toen ik op het conservatorium zat studeerde ik 4 uur per dag minimaal, maar daarvoor had ik dan ook alle tijd. Inmiddels is dat naast mijn werk in het RFO veel minder maar daar staat tegenover dat ik veel efficiënter studeer dan vroeger. Èn ik doe een deel van het studeren tijdens de repetitie, houding, adem, embouchure, gehoortraining zitten in een dag repeteren ingebouwd! Plus nog een stukje rieten afwerken als je voldoende maten rust hebt tussendoor.

Efficiënt studeren kan je doen als je de muziek al een beetje kent en weet waar het aan schort. De knelpunten moet je dan herhaald aanpakken. Op een gegeven moment ben je zo ver met het stuk dat je het ook eens een dag kunt laten liggen. Of je leest het alleen maar een paar keer door zonder te spelen, hoor in je hoofd hoe het moet klinken. Trein- en busreizen zijn daarvoor soms geschikte gelegenheden. Je kunt de bladmuziek scannen en op je tablet meenemen.

Waarmee we weer terugkomen op een van de eerste zinnen uit dit artikel, hoe goed moet je een stuk kennen om het te kunnen uitvoeren. Bij de eerste kennismaking kijk je vooral naar de hoeveelheid noten, de soort notatie, snel, langzaam. In een verder stadium van studie heb je overzicht over het gehele stuk, de opbouw en wat er aan muzikaal en technisch materiaal in zit. Je weet welke stukken je niet kent en welke je al beheerst. Die beheersing reikt in eerste instantie misschien niet verder dan je studeerkamer. Maar als je les hebt moet je deze muziek zeker met je docent doornemen. Je leraar zal altijd nuttige informatie kunnen geven die niet in een blog te vatten is. Dan ben je al bezig met voorspelen, misschien luisteren er wel andere leerlingen mee en dan is het al een beetje een optreden.

Om een stuk te kunnen spelen op een echt podium is thuis studeren de eerste stap, maar voorspelen de tweede. Speel voor vrienden, familie of wie dan ook in een huiskamer (meestal moeilijke akoestiek) of een zaaltje en je hebt alweer een ervaring met solo-optreden in je zak.

Misschien speel je “alleen” maar in een orkest of een blazersensemble en ben je niet gewend om alleen op te treden. Die stap moet je dan nog nemen, een uitdaging en een verrijking van je fagotspel. En dat geldt voor iedere speler, beroeps zowel als liefhebber. Ikzelf speel af en toe solo op een verjaardagsfeestje of een soortgelijke gelegenheid en afgezien van het feit dat het altijd gewaardeerd wordt door de aanwezigen is het een erg leerzame oefening. En leuk is het vooral, laten we dat niet vergeten. Muziek maken gaat toch het best met echt publiek erbij. De interactie met de luisteraars is een bijzondere toevoeging die je alleen nooit hebt. Hoe stil zijn de luisteraars, hoe goed is je eigen concentratie, ben je afgeleid door het publiek of kan je je daarvan losmaken? Ik probeer om niemand rechtstreeks aan te kijken en geconcentreerd op mijn muziek (al dan niet uit het hoofd gespeeld) te blijven. Je kunt niet vermijden dat jouw blik soms die van een luisteraar kruist, maar ik zoek nooit contact met iemand tijdens het spelen. Dat doe ik vooral daarna, door met mensen te spreken over de muziek, het is erg leuk en nuttig om te horen wat mensen ervan vinden als je net gespeeld hebt. Soms krijg je aparte en onverwachte reacties op de muziek. Stukken die ik best modern vond werden gewaardeerd door hun energie of snelheid en als je een stukje uit een Bach cellosuite speelt is de herkenning vaak voor de aanwezigen een feest. En natuurlijk komen dan de verhalen over die geweldige uitvoering op cd van Yo-Yyo Ma of welke muziekheld dan ook naar voren, vergeet dan niet te zeggen dat jij zojuist live hebt gespeeld en dat het in de tijd van Bach ook niet anders ging dan zo, toen waren er nog geen geluidsdragers. Opnames zijn mooi en interessant maar een echte uitvoering op een (thuis-)podium valt niet te evenaren.

Reageren? Als je ingelogd ben zie je hieronder een reactiemogelijkheid. Of stuur een mail naar stekbaas@fagotnetwerk.org.