Wereldpremière

Renée Knigge

Vorig jaar eind april was de Dag van de Fagot 2012. Eindelijk kon ik een keer komen op deze bijeenkomst. Nadat ik een paar ensembles had gecoacht, wat overigens heel leuk was, was de jaarvergadering. Toen er werd gezegd dat er nog mensen nodig waren stak ik mijn hand op. Ik was wel eens benieuwd hoe het is om in het bestuur van een vereniging te zitten, en wat kan je nou beter kiezen als je zelf fagottiste bent. Zo ben ik erin gerold. Het is erg leuk om de organisatie van dichtbij mee te maken en zelf invloed te hebben op de werkzaamheden.

Zo was er al een opdracht gegeven aan de componist Ruud van Eeten om een solostuk te schrijven op 3 speelniveaus voor het aanstaande fagotconcours. Afgelopen december was het af en op de komende Dag van de Fagot mag ik het spelen. Dit vind ik best spannend, fagot spelen is dan wel mijn werk maar nog nooit heb ik een publiek gehad dat louter uit fagottisten bestaat. Daarom ben ik al een een paar weken geleden begonnen met oefenen. Afgelopen maandag had ik een afspraak gemaakt bij de componist, Ruud van Eeten. Ik kende hem niet maar zag op zijn site dat hij directeur is van De Toonzaal in Den Bosch en dat kende ik wel. Onze afspraak was in De Toonzaal en ik kon heerlijk op podium mijn versie van de Aria spelen. Ruud vertelde dat hij intuïtief componeert. Hij heeft gebruik gemaakt van het hele bereik van de fagot en het contrast gezocht tussen een baslijn en het lyrische register. Zijn inspiratie om dit stuk te schrijven kwam uit de Sacre du Printemps van Strawinsky (de lyrische openingssolo voor fagot) en de cello-suites van J.S. Bach. Ruud heeft een tweestemmigheid proberen te componeren door de losse basnoten en de melodie uit elkaar te trekken. Ik vroeg nog of het metronoomcijfer strikt moest worden genomen maar Ruud vertelde dat het meer een indicatie is. Het moet rustig en vrij klinken. “net als de cello-suites van Bach, die speel je ook vrij in het tempo wat je kiest” Toen begon ik te spelen. Voor mij was het best spannend omdat het de eerste keer was dat ik het voor publiek speelde, en dan was het publiek meteen de componist van het stuk! Omdat Ruud had gezegd dat je het vrij mag spelen nam ik die vrijheid ook. Het ging best goed en Ruud was ook niet ontevreden met mijn interpretatie. Ik moest goed de lijn van de basnoten in de gaten houden en het middenstuk kon wat meer marcato. Dat waren goede aanwijzingen om nog even op door te studeren.

En dat het vrij moet zijn, veel vrijer dan je denkt als je de muziek ziet met het metronoomcijfer erboven. “Het stuk op D-niveau, laten we zeggen de echte Aria, is ook bedoeld om vrij te spelen, zodat de speler tijdens het concours ook kan laten horen dat hij of zij niet alleen technisch gevorderd is maar ook muzikaal. Daarom staan er niet veel aanwijzingen in de partituur, iedereen mag zijn eigen interpretatie laten horen”.

Het was goed om naar Den Bosch te gaan om het voor te spelen. Op de Dag van de Fagot zelf hebben we nog een gesprek over het stuk en Ruud zal daar zelf ook bij aanwezig zijn. Aan het eind van de dag is het aan mij om het tot een mooie première te brengen. Gelukkig kan ik nog bijna anderhalve week studeren!